Restricties op software zijn restricties op onze bewegingsvrijheid

IT Professional publiceerde recent een artikel van Koen Vervloesem over intellectuele eigendom, met onder meer een interview van Dirk Tombeur van Microsoft. Ook ondergetekende mocht zijn commentaar geven.

In het betreffende artikel verdedigt Microsoft de stelling dat openheid en bescherming van intellectuele eigendom belangrijk zijn voor innovatie. De kern van mijn mening is daar door Koen uitstekend samengevat, de lange versie van mijn commentaar wil ik u hier niet onthouden.

Intellectuele eigendom inzake software kan reeds beschermd worden door te kiezen voor het afleveren van propriëtaire software in combinatie met restrictieve licentie voorwaarden. Hoewel het concept van octrooien an sich te verdedigen valt, moet men inzien dat de toepassing ervan op software een heel ander verhaal is. Software is niet zoals een klassiek uitvinding, een product dat je binnen een welbepaald kader kan afschermen, maar iets dat tot een heel complex en versatiel product kan leiden, waar de gebruiksregels heel snel een andere invulling kunnen krijgen.


Ik geloof steevast dat open standaarden vele malen belangrijker zijn dan de openheid van de broncode. Open standaarden garanderen dat applicaties – open bron of niet – steeds met elkaar kunnen communiceren. En zulks moet in alle vrijheid en openheid kunnen gebeuren, zodat de gebruiker de keuzevrijheid krijgt in het gebruik van zijn applicatie.

Open standaarden garanderen ook dat gegevens steeds raadpleegbaar zijn, zonder afhankelijk te zijn van een bepaalde software. Een volgende evolutie bij het steeds vaker online brengen van data en applicaties, zal er trouwens in bestaan dat er garanties komen dat je je eigen data, steeds kan raadplegen, zeg maar exporteren in een open gestandaardiseerd formaat. De verplichting om via open API’s open data structuren toegankelijk te maken.

Patenten op software leiden echter vaak tot onzinnige situaties, welke mensen niet meer aanvaarden. Kijk maar naar het falen van digital rights management op audio en video. Ook andere voorbeelden van onzinnige patenten op algemene gebruiksprincipes zijn inmiddels legio. Patenten op software dienen enkel nog als legale, commerciële afpersingsmiddelen, waarmee grote bedrijven kleine opslorpen, en samen met anderen de markt verdelen.

Software patenten zijn in feite patenten op API’s, op protocollen, op interfaces, op data structuren. Zeg maar op specificaties of normen. Normen die kunnen evolueren tot open specificaties, tot vrije specificaties, en misschien zelfs open standaarden. Open standaarden moeten vrij zijn van patenten zodat de eindgebruiker verzekerd kan zijn van voldoende alternatieve oplossingen. Restricties op software worden anders steeds vaker restricties op de bewegingsvrijheid van mensen.